Na het lezen van deze beschikking viel de volgende tegenstrijdigheid op.
De kantonrechter overweegt in r.o. 4.18:
Citaat:“Gelet op het vorenstaande is het besluit genomen in strijd met de akte van splitsing en de wet en dus nietig. Dat betekent dat het besluit niet bestaat. Een nietig besluit kan niet worden vernietigd. De kantonrechter komt dan ook niet toe aan het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het besluit. Nu [verzoeker] niet heeft verzocht om nietigverklaring van het besluit, zal het verzoek worden afgewezen.”
Maar in r.o. 1.1 stond te lezen:
Citaat:“[verzoeker] heeft […] een verzoekschrift […] ingediend dat strekt tot vernietiging dan wel nietigverklaring van besluiten […]”
Dat is toch een behoorlijke tegenstrijdigheid lijkt mij.
Voor de duidelijkheid: de rechter lijkt hier inhoudelijk juist te oordelen dat het besluit nietig is.
Alleen is die nietigheid niet in het beslissende gedeelte van het vonnis opgenomen, omdat daar niet om verzocht zou zijn.
Dus uiteindelijk krijg je de wat merkwaardige situatie dat de rechter zegt: dit besluit is nietig en kan daarom niet worden vernietigd, maar het besluit wordt vervolgens niet nietig verklaard omdat volgens de rechter geen verzoek daartoe is gedaan.