Aangifte inkomstenbelasting: jouw aandeel in het VvE-reservefonds in box 3 (en wat te doen met de rente)
Inhoudsopgave
- Waarom je VvE-reservefonds in box 3 valt
- Sinds 1 januari 2023: opgeven als ‘banktegoeden’ (niet meer als ‘overige bezittingen’)
- Stap voor stap: zo bereken je jouw aandeel
- Moet je het altijd opgeven? Alleen als je boven het heffingsvrij vermogen uitkomt
- En die vraag over rente: “moet ik mijn aandeel in de ontvangen rente ook opgeven?”
- Let op: bij werkelijk rendement geldt géén heffingsvrij vermogen
- Wanneer is het slim om naar ‘werkelijk rendement’ te kijken?
- Praktisch: hoe kom je aan ‘jouw rente-aandeel’ van de VvE?
- Kort samengevat
Je zit in een VvE, je betaalt netjes je bijdrage, en ergens op een rekening staat een reserve voor onderhoud. Maar zodra de belastingaangifte eraan komt, komt altijd dezelfde vraag terug: moet je dat VvE-reservefonds opgeven in box 3? En zo ja: hoe reken je jouw aandeel uit?
Daar komt nu nóg een vraag bij, die we steeds vaker horen: “Moet ik ook iets doen met mijn aandeel in de rente die de VvE ontvangt?”
In dit artikel leggen we het uit, in gewone taal. En we hebben de tekst geüpdatet op basis van de actuele uitleg van de Belastingdienst.
Waarom je VvE-reservefonds in box 3 valt
De bankrekening(en) van de VvE zijn niet van “de VvE” als los ding, maar horen bij de gezamenlijke eigenaren. De Belastingdienst beschouwt jouw aandeel in het vermogen van de VvE daarom als persoonlijk vermogen dat je in box 3 meeneemt.
Belangrijk detail: het gaat niet alleen om één potje dat vaak “reservefonds” heet. In de jaarrekening staat het bij ‘Eigen vermogen’ en daar kunnen meerdere reserves onder hangen, zoals onderhoudsreserve, bestemmingsreserve, voorzieningen of (nog) te bestemmen resultaat. De Belastingdienst noemt die voorbeelden ook expliciet.
Lees meer op de website van de Belastingdienst. over bank- en spaartegoeden en VvE-vermogen (incl. verwijzing naar ‘Eigen vermogen’ in de jaarrekening).
Sinds 1 januari 2023: opgeven als ‘banktegoeden’ (niet meer als ‘overige bezittingen’)
In box 3 is de categorie belangrijk, omdat spaargeld/banktegoeden anders worden behandeld dan ‘overige bezittingen’. Sinds 1 januari 2023 hoort het aandeel in het VvE-reservefonds bij de categorie banktegoeden. Dat scheelt in de praktijk vaak belasting ten opzichte van de oude situatie (tot en met 2022), waarin dit onderwerp veel discussie gaf.
Stap voor stap: zo bereken je jouw aandeel
Je hebt twee dingen nodig:
- Het eigen vermogen van de VvE (dus: bezittingen minus schulden) op de peildatum
- Jouw breukdeel (of een andere verdeelsleutel die in de splitsingsakte staat)
Zo pak je het praktisch aan:
1. Vraag de jaarrekening op (of kijk in het portaal van de beheerder)
Vraag aan het VvE bestuur of de VvE beheerder om het overzicht van het eigen vermogen. Dat staat op de balans (vaak in de jaarrekening). De Belastingdienst verwijst hierbij naar de jaarrekening van de VvE, onder ‘Eigen vermogen’.
2. Neem de juiste peildatum
Box 3 kijkt naar je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Doe je aangifte over 2025 (die je in 2026 invult), dan gaat het dus om de stand op 1 januari 2025. In de praktijk kun je vaak uitkomen met de jaarrekening/balans per 31 december 2024, maar let op: als er rond de jaarwisseling grote betalingen zijn gedaan (bijvoorbeeld een grote onderhoudsfactuur), kan het verschil maken. Lees meer over de algemene uitleg van box 3 en de tarieven op de website van de Belastingdienst.
3. Bereken jouw aandeel met je breukdeel
Je breukdeel staat in de splitsingsakte. Het is meestal een breuk, bijvoorbeeld 50/1000.
De berekening is dan simpel:
Jouw aandeel VvE-vermogen = (eigen vermogen VvE) × (jouw breukdeel)
Dus niet: delen door je breukdeel, maar vermenigvuldigen met de breuk.
Veel beheerders zetten jouw aandeel tegenwoordig al in de jaarrekening of in het eigenaarsportaal. Dat is handig, maar check bij twijfel altijd even of ze echt het totale eigen vermogen hebben gepakt (en niet alleen één reservepot).
Moet je het altijd opgeven? Alleen als je boven het heffingsvrij vermogen uitkomt
Je hoeft in box 3 pas belasting te betalen als je vermogen (bezittingen minus schulden) boven het heffingsvrij vermogen uitkomt.
De Belastingdienst noemt voor 2025:
- Zonder fiscale partner: € 57.684
- Met fiscale partner: € 115.368
Voor 2026 zijn de bedragen geïndexeerd naar
- Zonder fiscale partner € 59.357
- Met fiscale partner € 118.714
Zie ook de website van de Belastingdienst voor een tabel per jaar over het heffingsvrij vermogen.
En die vraag over rente: “moet ik mijn aandeel in de ontvangen rente ook opgeven?”
In de ‘gewone’ aangifte box 3 werkt de Belastingdienst met een fictief rendement. Dan geef je in principe alleen je bezittingen en schulden op (waaronder dus jouw aandeel in het VvE-vermogen als banktegoed). Je hoeft daarbij niet zelf uit te rekenen hoeveel rente de VvE precies heeft ontvangen.
Maar: inmiddels is er óók de mogelijkheid om je werkelijk rendement door te geven. In de aangifte inkomstenbelasting 2025 staat dat je je werkelijk rendement kunt opgeven, en de Belastingdienst geeft als voorbeelden: ontvangen rente op spaargeld, dividend en waardeveranderingen.
Als je kiest voor het pad van werkelijk rendement, dan komt rente wél in beeld, omdat rente een onderdeel is van het werkelijke rendement.
Lees meer op de website van de Belastingdienst over ‘Box 3 Werkelijk rendement’ (aangifte 2025, met voorbeeld ‘ontvangen rente’).
Let op: bij werkelijk rendement geldt géén heffingsvrij vermogen
Dit is een punt dat veel mensen missen. Als je kiest voor het werkelijk rendement, geldt het heffingsvrij vermogen niet meer. Je krijgt dan dus geen vrijstelling over een deel van je vermogen. Je volledige rendement telt mee. Bij de gewone box 3-berekening heb je die vrijstelling wél. Dat verschil kan gunstig uitpakken, maar ook juist ongunstig. Kijk daarom goed wat in jouw situatie het verstandigst is.
Wanneer is het slim om naar ‘werkelijk rendement’ te kijken?
Heel eerlijk: dat hangt af van je situatie. Het kan voordelig zijn als je werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent. Maar het kan ook nadelig uitpakken, en het vraagt meer administratie.
De Belastingdienst werkt daarom met een duidelijke route: meestal krijg je een brief als je het werkelijk rendement mág doorgeven. En als je zo’n brief hebt, kun je het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ gebruiken.
Praktisch: hoe kom je aan ‘jouw rente-aandeel’ van de VvE?
Als je ooit besluit het werkelijk rendement op te geven (of je krijgt daar een brief over), dan heb je gegevens nodig over de opbrengsten. Voor VvE-vermogen gaat het in de praktijk meestal om:
- de totale rente die de VvE in het jaar heeft ontvangen op haar rekeningen
- jouw breukdeel
Vraag dan aan het bestuur of de beheerder om een overzicht van de ontvangen rente (vaak terug te vinden in de jaarrekening, bankafschriften of een financieel verslag). Daarna geldt hetzelfde principe als bij het vermogen:
jouw rente-aandeel = totale rente × jouw breukdeel
Kort samengevat
- Ja: jouw aandeel in het VvE-vermogen (eigen vermogen/reserves) hoort bij jouw box 3-vermogen.
- Sinds 1 januari 2023 geef je dit op als banktegoeden.
- Je berekent je aandeel door het VvE-vermogen te vermenigvuldigen met je breukdeel.
- Alleen als je totale box 3-vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, betaal je box 3-belasting.
- Die ‘rentevraag’ speelt vooral als je kiest voor (of wordt gevraagd om) het werkelijk rendement door te geven.
De fiscus vraagt naar het aandeel in het VERMOGEN van de VvE, en dat is wat anders dan het aandeel in de RESERVE.
Vriendelijke groet, Bob.
Kunt u mij dit verschil uitleggen, Bob?
Geldt dit ook als je een koopwoning hebt, maar lid bent van een VvE vanwege een parkeerplek in een parkeerkelder?
wat als ik de woning in vve op 1 juni heb aangekocht?
Alleen de op 1 januari van het betreffende belastingjaar aanwezige waarde moet in box 3 worden vermeld. In geval van koop oop 1 juni 2017 zal het aandeel in het VvE vermogen pas in 2019 in de belastingaangifte over het jaar 2018 moeten worden meegenomen.
Het aandeel in het vermogen van een VvE behoort tot box 3 vermogen. In hoeverre wordt een reserve of voorziening voor onderhoud gerekend tot het vermogen voor box 3 ? Zo’n onderhouds-voorziening of -reserve blijft in de VvE totdat het voorziene onderhoud wordt gerealiseerd en is niet opneembaar voor de eigenaar, dus vormt geen
De belastingdienst stelt duidelijk dat het aandeel in het VvE vermogen per 1 januari van het betreffende belasting jaar dient te worden aangegeven. Dit vermogen is niet altijd hetzelfde als het vermogen per 31-12 van het voorgaande jaar. Immers per 1 januari wordt het exploitatieresultaat van de VvE over het voorgaande jaar opgeteld bij bij het vermogen per 31-12 van dat voorgaande jaar. Mijns inziens dient dat optelresultaat de vermogensopgave te zijn voor de belastingdienst
Wat nou als je voor een deel eigenaar bent, laten we zeggen voor 1/4, kun je dan ook je bijdrage aan dat vermogen van de VVE door 4 delen?
De belastingdienst vindt dat de eigenaren het bedrag ‘reservefonds’ per 31 december van hun VvE moeten opgeven. Dit zou al sinds 2003 moeten, maar is nooit gehandhaafd en kan dus juridisch naar de prullenbak worden verwezen. Zoveelste fout van de belastingdienst
Ik wil hier een aantal kanttekeningen bij plaatsen
1. In ondeskundig spraakgebruik heet het een reserve fonds, maar dat is boekhoudkundig absoluut onjuist!
a. Het fonds zou moeten heten ‘Voorzieningenfonds’
b. Reserveringen behoren tot het eigen vermogen dus een bezit
c. Voorzieningen behoren tot de schulden (op de lange termijn en nog niet exact hoeveel)
2. Elke eigenaar betaalt dus mee aan het opbouwen voor betaling van een toekomstige factuur voor groot onderhoud en daarmee is het absoluut geen bezit
3. Belastingdienst handelt hier in strijd met het bezit/schulden beginsel, ik raad iedereen aan die het bedrag toch wil opvoeren het tegelijkertijd ook als schuld op te voeren (verschil is dan eventueel de drempel)
4. Daarnaast is dit bij verkoop geen aparte post voor verkoper, die hij bij zijn prijs mag optellen
5. Wel klopt dat koper over dit bedrag geen overdrachtsbelasting behoeft te betalen, omdat het bedrag niet het eigendom van koper wordt
6. In de WOZ waardering wordt hierin geen onderscheid gemaakt, dus de eigenaar betaalt al belasting over deze voorzieningenpost
De geleerden buiten de belastingdienst steggelen hier volgens mij nog over.
Het zou wellicht raadzaam zijn voor nederland vve dit onderwerp eens aan een nader onderzoek te onderwerpen
Alle eigenaren en VvE’s en beheerders tevens van deze willekeurigheid van de belastingdienst op de hoogte te brengen