Wat het jaarverslag van het Warmtefonds laat zien over VvE’s: groei, kansen en een paar belangrijke kanttekeningen
Het Nationaal Warmtefonds heeft onlangs het jaarverslag over 2025 gepubliceerd. Daarin wordt duidelijk hoe de markt voor verduurzaming zich ontwikkelt, en vooral wat er gebeurt binnen VvE’s.
Het fonds heeft in 2025 opnieuw meer geld uitgeleend voor verduurzaming. In totaal ging het om 506 miljoen euro aan nieuwe leningen. Daarmee hielp het fonds ongeveer 31.700 woningeigenaren. Voor VvE’s is vooral één cijfer interessant: er werd 232 miljoen euro aan VvE leningen verstrekt, 35 procent meer dan een jaar eerder. Daarmee zijn bijna 11.000 appartementseigenaren geholpen. Dat zijn forse cijfers, zeker in een markt waarin verduurzaming vaak wordt afgeremd door onzekerheid over subsidies, energieprijzen, rente en besluitvorming binnen VvE’s.
De positieve kant: VvE’s komen duidelijk meer in beweging
Het Warmtefonds presenteert de cijfers terecht als groei. De VvE Energiebespaarlening wordt duidelijk vaker gebruikt. Ook het gemiddelde leenbedrag per appartement steeg licht naar bijna 22.000 euro. Dat laat zien dat VvE’s niet alleen kleine maatregelen financieren, maar vaker grotere ingrepen overwegen of uitvoeren, zoals glas, dakisolatie, vloerisolatie en gevelisolatie. Opvallend is dat zonnepanelen uit de top 5 van VvE maatregelen zijn verdwenen, terwijl gevelisolatie juist opkomt. Dat past bij het bredere beeld dat de markt verschuift van opwek naar isolatie.
Voor VvE’s is dat positief nieuws. Isolatie sluit vaak beter aan bij meerjarenonderhoud, comfortverbetering en waardebehoud van het gebouw. Het is minder afhankelijk van salderingsregels of individuele voorkeuren van bewoners. Tegelijk vraagt juist isolatie vaak om goede voorbereiding, technische keuzes, bewonerscommunicatie en een stevig besluit in de vergadering.
Maar het bereik is nog beperkt
Toch zit er ook een belangrijke nuance in het jaarverslag. Het Warmtefonds schrijft zelf dat het op dit moment nog maar een klein deel van de VvE’s bereikt. Dat is misschien wel de belangrijkste zin voor de VvE sector. De groei is echt, maar de markt is nog lang niet breed in beweging. De pijplijn is veelzeggend: er zitten ruim 600 aanvragen in behandeling voor bijna 1 miljard euro. Dat wijst op veel belangstelling, maar ook op lange trajecten, grote bedragen en een sector waarin plannen niet zomaar van aanvraag naar uitvoering gaan.
Daar zit de spanning. Financiering is een belangrijke voorwaarde, maar niet de enige. Een VvE moet besluiten nemen, offertes beoordelen, leden meenemen, draagvlak organiseren, soms splitsingsakten bekijken en onderhoud koppelen aan verduurzaming. Een lening maakt verduurzaming mogelijker, maar lost het bestuurlijke en organisatorische vraagstuk niet automatisch op.
De VvE Ledenlening is interessant, maar nog pril
Een van de opvallendste ontwikkelingen is de VvE Ledenlening. Die is bedoeld voor eigenaar bewoners met beperkte financiële ruimte, wanneer hun VvE verduurzaamt met een VvE Energiebespaarlening. De lening helpt om een hogere VvE bijdrage tijdelijk op te vangen. Dat is inhoudelijk interessant, omdat betaalbaarheid binnen VvE’s vaak een doorslaggevende factor is.
Maar ook hier past voorzichtigheid. In 2025 zijn 22 VvE Ledenleningen toegekend. Dat is logisch bij een nieuw product, maar het is nog te vroeg om dit als grote doorbraak te zien. Het is vooral een veelbelovende stap. De vraag is hoe bekend de regeling wordt, hoe makkelijk appartementseigenaren deze aanvragen, en of VvE’s hierdoor inderdaad sneller durven besluiten.
De markt verandert sneller dan het beleid soms kan bijhouden
Het jaarverslag laat ook zien hoe gevoelig verduurzaming is voor beleid en marktprikkels. Het Warmtefonds noemt onder meer fluctuerende gasprijzen, het schrappen van de verplichting voor hybride warmtepompen, wijzigingen in ISDE subsidies, het verdwijnen van salderen en onduidelijkheid rond thuisbatterijen. Bij particulieren daalde de financiering voor zonnepanelen zelfs met 56 procent ten opzichte van 2024. In de markt wordt daarnaast gewezen op een sterke groei van leningen voor thuisbatterijen, wat past bij de bredere verschuiving binnen verduurzaming.
Voor VvE’s betekent dit dat een duurzame koers niet te veel afhankelijk moet zijn van één maatregel of tijdelijke regeling. Wie nu een MJOP actualiseert, doet er goed aan om scenario’s te bekijken. Wat is noodzakelijk onderhoud? Welke verduurzaming kan tegelijk mee? Welke subsidie is beschikbaar? En wat blijft verstandig, ook als regels veranderen?
Financieel sterk, maar afhankelijk van publieke keuzes
Ook financieel is het beeld positief, maar niet zonder aandachtspunten. Het fonds heeft geen winstoogmerk en streeft naar break even over de looptijd. Over 2025 laat het jaarverslag een negatief resultaat vóór subsidies zien van ruim 1,5 miljoen euro. Dat wordt vooral verklaard door lagere productie dan begroot, hogere financieringskosten en transitiekosten rond de zelfstandige organisatie. Tegelijk geeft de accountant een goedkeurend oordeel bij de jaarrekening.
Belangrijker voor de toekomst is de financiering. Het fonds heeft in 2025 een subsidieaanvraag van bijna 755 miljoen euro ingediend. Daarvan is in december 2025 104 miljoen euro ontvangen. Over de rest moet in 2026 meer duidelijk worden, mede afhankelijk van Europese besluitvorming rond het Sociaal Klimaatplan. Eerder meldde de Rijksoverheid al dat extra middelen voor het Warmtefonds belangrijk zijn, juist omdat VvE’s achterlopen met energiebesparende maatregelen.
Wat betekent dit voor VvE’s?
De belangrijkste conclusie: er is duidelijke vooruitgang, maar de echte doorbraak blijft nog uit. Het Warmtefonds groeit en wordt voor VvE’s steeds belangrijker. De cijfers laten zien dat meer VvE’s financiering weten te vinden. Dat is goed nieuws, want zonder passende financiering blijven veel plannen steken.
Maar het jaarverslag laat óók zien dat financiering slechts één onderdeel is van de puzzel. De echte versnelling zit waarschijnlijk in de combinatie van geld, begeleiding, duidelijke subsidie routes, goede besluitvorming en koppeling met onderhoud. De aangekondigde Subsidielening in 2026 kan daarbij helpen, omdat subsidies dan mogelijk direct kunnen worden voorgefinancierd. Ook de mogelijke VvE Onderhoudslening, die het fonds in het najaar van 2026 wil introduceren, is interessant. Vooral omdat verduurzaming in VvE’s vaak niet los staat van groot onderhoud.
Voor VvE’s is dit dus een goed moment om niet alleen te kijken óf lenen mogelijk is, maar vooral hoe financiering past binnen het bredere plan voor het gebouw. Wie wacht tot alles zeker is, loopt het risico jaren stil te staan. Wie te snel gaat, kan draagvlak verliezen. Juist daartussen ligt de uitdaging voor VvE’s in 2026.
Reacties
0 reacties