Verduurzaming VvE’s groeit, maar subsidies en leningen bereiken nog beperkt deel
Het gebruik van verduurzamingssubsidies en leningen voor VvE-woningen blijft toenemen. Toch werd daarmee in vijf jaar tijd slechts 5,5 procent van de VvE-woningen bereikt, blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. Hoe verhoudt dat zich tot eerdere onderzoeken? En wat zeggen deze cijfers over de verduurzaming van VvE’s?
Het CBS publiceerde op 29 september nieuwe cijfers over energiebesparende subsidies en leningen. In de periode 2021 tot en met 2025 zijn daarmee ruim 850.000 woningen bereikt. Het aandeel woningen dat in 2021–2025 met deze regelingen is bereikt, verschilt sterk:
| Woningen | Bereik |
|---|---|
| Binnen een VvE | 5,5% |
| Buiten een VvE | 11,4% |
| Alle woningen samen | 10,3% |
Tegelijkertijd signaleert het CBS een verschil in ontwikkeling. Buiten VvE’s stabiliseert het aantal verstrekte subsidies sinds 2023, terwijl de stijging bij VvE-woningen doorzet. Er is dus groei, maar het bereik blijft duidelijk achter.
Wat telt het CBS eigenlijk?
Voor de interpretatie maakt het uit of een onderzoek woningen, VvE’s of subsidieaanvragen telt. Eén VvE-project kan immers tientallen woningen omvatten. Het percentage van 5,5 procent betekent daarom niet dat 5,5 procent van de VvE’s heeft verduurzaamd.
Het CBS-dashboard over energiebesparende subsidies en leningen bevat ook een afzonderlijk onderdeel over VvE’s als vereniging. Dat kijkt specifiek naar SEEH/SVVE en VvE-leningen van het Nationaal Warmtefonds. Daaruit blijkt dat het bereik bij VvE’s met 51 of meer adressen 4,6 procent bedraagt, tegenover 0,6 procent bij VvE’s met één tot drie adressen. Grotere VvE’s worden dus relatief vaker bereikt.
Verder registreert het dashboard het jaar van toekenning. Dat is niet automatisch het jaar waarin alle werkzaamheden zijn afgerond. Verduurzaming buiten de onderzochte regelingen blijft buiten beeld. Uit deze cijfers volgt dus ook niet dat alle overige woningen nog niets aan verduurzaming hebben gedaan.
Eerdere CBS-cijfers lieten al een beperkt bereik zien
Nederlandvve.nl schreef in januari 2025 over het geringe gebruik van verduurzamingssubsidies en leningen door VvE’s. Dat artikel ging over de situatie in 2023. Voor de SVVE werd toen een bereik van 0,58 procent van de in aanmerking komende woningen genoemd. Voor het Warmtefonds ging het om 0,2 procent.
Die percentages kunnen niet rechtstreeks naast de nieuwe 5,5 procent worden gezet als bewijs van een bepaalde groeifactor. De eerdere monitor onderzocht twee afzonderlijke financieringsinstrumenten in één jaar, met een eigen doelgroep. Het nieuwe cijfer bestrijkt vijf jaar en een bredere verzameling regelingen. Bovendien kunnen dezelfde woningen zowel subsidie als een lening ontvangen. Optellen zou dan tot dubbeltellingen leiden.
De onderzoeken sluiten inhoudelijk wel op elkaar aan: het beperkte gebruik dat eerder zichtbaar was, blijft een aandachtspunt. De nieuwe publicatie geeft daarbij zicht op de ontwikkeling over meerdere jaren.
Ook het Warmtefonds ziet meer aanvragen
Een tweede aanwijzing voor groei kwam eerder deze maand uit de VvE-monitor van het Warmtefonds. Daarover schreven we dat het fonds in 2025 € 232,2 miljoen aan VvE’s verstrekte, ruim 35 procent meer dan een jaar eerder.
Ook kleine VvE’s vroegen vaker financiering aan. Bij VvE’s met twee tot en met zeven appartementsrechten steeg het aantal aanvragen van 64 in 2024 naar 78 in 2025. Medio augustus 2026 waren het er al 86. Dat zijn aanvragen, geen aantallen afgeronde renovaties. Bovendien gebruikt deze monitor een andere grootteklasse dan het CBS-dashboard.
Samen geven de publicaties aanwijzingen dat meer VvE’s financiering weten te vinden. Hoeveel energie daarmee uiteindelijk wordt bespaard en hoeveel gebouwen volledig worden aangepakt, vraagt om andere gegevens dan alleen aanvraag- en leenbedragen.
Gezamenlijke besluitvorming blijft een opgave
De cijfers verklaren op zichzelf niet waarom een VvE wel of geen gebruikmaakt van ondersteuning. Daarvoor moet ook worden gekeken naar de voorbereiding binnen de vereniging.
De Rijksoverheid wees eerder dit jaar op de ingewikkelde combinatie van gemeenschappelijk eigendom, uiteenlopende belangen en grote investeringen. Bij een gezamenlijk dak of een gevel moeten eigenaars samen tot een plan komen. Ook kennis over de VvE en de samenstelling van de vereniging spelen daarbij een rol.
Voor bestuurders en beheerders betekent dit dat een subsidieoverzicht slechts een onderdeel van de voorbereiding is. Eigenaars moeten ook kunnen beoordelen welke werkzaamheden nodig zijn, wanneer die plaatsvinden en wat het voorstel voor hun maandlasten betekent. Een technisch plan zonder duidelijk financieel overzicht biedt daarvoor onvoldoende houvast.
Nieuwe mogelijkheden zijn nog niet zichtbaar in deze cijfers
Het CBS-onderzoek loopt tot en met 2025. Ontwikkelingen uit 2026 kunnen daarin dus nog geen effect hebben.
Zo schreven we onlangs over de mogelijkheid om bij het Warmtefonds onderhoud en verduurzaming samen te financieren. Sinds 23 september 2026 kan noodzakelijk onderhoud onder voorwaarden worden meegenomen in de VvE Energiebespaarlening. Onderhoud en verduurzaming combineren kon al bij andere financiers; de uitbreiding biedt VvE’s een extra mogelijkheid.
Voor een VvE met een bestaand plan kan dat aanleiding zijn om de financiering opnieuw te bekijken. Leg de werkzaamheden naast het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), breng de beschikbare reserves in beeld en bereken welke bijdrage of lening nodig is. Maak daarbij ook ruimte voor onderhoud dat later volgt.
Wie subsidie wil inzetten, moet de aanvraag op tijd voorbereiden. Voor verduurzamingsmaatregelen binnen de SVVE geldt dat de subsidie vóór uitvoering moet worden aangevraagd. Lees daarvoor onze uitleg over het aanvragen van SVVE-subsidie en controleer de actuele voorwaarden bij RVO.
Meer onderzoek naar de omvang, financiering en verduurzaming van VvE’s staat in ons overzicht VvE-onderzoeken en cijfers.
Reacties
0 reacties