VvE kan nu ook bij Warmtefonds onderhoud en verduurzaming samen financieren
Inhoudsopgave
- Combineren kon al bij andere financiers
- Rente en ruimte voor onderhoud verschillen
- Van aangekondigde onderhoudslening naar concrete voorwaarden
- Hoeveel kan de VvE lenen voor onderhoud?
- Welke werkzaamheden vallen onder onderhoud?
- Ook tijdens de uitvoering telt de verhouding
- Onderhoudsplanning en maandlasten samen bekijken
VvE’s kunnen vanaf 23 september 2026 bij Nationaal Warmtefonds ook noodzakelijk onderhoud meefinancieren met de VvE Energiebespaarlening. Voorwaarde is dat zij tegelijkertijd één of meer energiebesparende maatregelen financieren. Maximaal de helft van de lening mag worden besteed aan onderhoud, met een bovengrens van € 25.000 per woning. Het reguliere maximale leenbedrag stijgt naar € 50.000 per woning.
Voor VvE’s die onvoldoende reserves hebben om onderhoud en verduurzaming samen uit te voeren, biedt de uitbreiding extra financieringsruimte. Denk aan een gebouw waar de kozijnen moeten worden vervangen, maar ook herstel aan de gevel nodig is. Die werkzaamheden kunnen nu ook binnen de VvE Energiebespaarlening worden meegenomen, zolang de verdeling aan de voorwaarden voldoet.
Combineren kon al bij andere financiers
Onderhoud en verduurzaming combineren in één lening kon al bij andere financiers, waaronder het Toekomstbestendig onderhoudsfonds VvE’s van SVn en TEN31 Bank. Nieuw is dat Nationaal Warmtefonds deze mogelijkheid nu ook biedt binnen de VvE Energiebespaarlening. Daarmee krijgen VvE’s een extra financieringsmogelijkheid.
De voorwaarden verschillen per aanbieder, onder meer wat betreft de omvang van de VvE, de verhouding tussen onderhoud en verduurzaming, rente en looptijd. Vergelijk daarom welke financiering past bij de werkzaamheden en de financiële situatie van de VvE.
Rente en ruimte voor onderhoud verschillen
Voor een VvE maakt het verschil hoeveel van het project uit onderhoud bestaat. Bij het Toekomstbestendig onderhoudsfonds VvE’s van SVn moet minimaal 20% van de lening naar verduurzamingsmaatregelen gaan. Daardoor is tot 80% beschikbaar voor onderhoud. Bij het Warmtefonds geldt hiervoor maximaal 50%, met daarnaast de grens van € 25.000 per woning.
Een project met 70% onderhoud en 30% verduurzaming past qua verdeling dus wel binnen het genoemde SVn-fonds, maar niet binnen de normale onderhoudsgrens van het Warmtefonds. Bij een verdeling van 50/50 kunnen beide in beeld komen, afhankelijk van de overige voorwaarden. Het SVn-fonds is beschikbaar vanaf acht appartementen; Warmtefonds bedient ook VvE’s vanaf twee appartementen. TEN31 noemt minimaal tien onafhankelijke leden als voorwaarde.
Ook de gepubliceerde rente verschilt. Op 23 september 2026 vermeldt het Warmtefonds bij een looptijd van twintig jaar een effectieve jaarrente van 4,11%. Het genoemde SVn-fonds vermeldt 6,20% voor alle aangeboden looptijden. Deze percentages geven een eerste indicatie; vergelijk ook bijkomende kosten en de precieze offertevoorwaarden. De actuele tarieven staan bij Warmtefonds en op de hierboven gelinkte SVn-productpagina.
Bij Warmtefonds en het genoemde SVn-fonds staat de rente in beginsel gedurende de hele looptijd vast. Bij Warmtefonds geldt wel de hierna beschreven mogelijke renteopslag bij overschrijding van de onderhoudsgrens. TEN31 biedt looptijden tot twintig jaar en noemt een rentevaste periode van tien jaar. De productpagina vermeldt geen openbaar rentepercentage, waardoor een offerte nodig is om de kosten te vergelijken.
De uitbreiding van het Warmtefonds kan daarmee financieel interessant zijn voor VvE’s die voldoende verduurzaming meenemen. Als onderhoud het grootste deel van het project vormt, kan een andere financier juist meer ruimte bieden.
Van aangekondigde onderhoudslening naar concrete voorwaarden
Nederlandvve.nl schreef op 15 september al over de VvE-monitor van het Warmtefonds en de aangekondigde financieringsmogelijkheden. Toen waren de ingangsdatum en voorwaarden voor onderhoudsfinanciering nog niet bekend.
Met het nieuwe persbericht zijn die nu duidelijk. Het Warmtefonds biedt de onderhoudsfinanciering aan als uitbreiding van de VvE Energiebespaarlening. Een VvE die uitsluitend onderhoud wil uitvoeren, kan deze mogelijkheid dus niet gebruiken. De eerder aangekondigde Subsidielening, bedoeld om subsidies voor te financieren, valt buiten deze aankondiging.
Hoeveel kan de VvE lenen voor onderhoud?
Binnen de reguliere VvE Energiebespaarlening geldt voortaan een maximum van € 50.000 per woning. Daarvan mag maximaal 50% naar onderhoud, tot ten hoogste € 25.000 per woning. De VvE kan het volledige leenbedrag ook voor energiebesparende maatregelen gebruiken.
Die twee grenzen gelden naast elkaar. Leent een VvE bijvoorbeeld gemiddeld € 30.000 per woning, dan kan daarvan maximaal € 15.000 per woning aan onderhoud worden besteed. De bovengrens van € 25.000 voor onderhoud is dus niet bij ieder leenbedrag beschikbaar.
Voor Zeer Energiezuinige Projecten blijven de hogere leenbedragen gelden: maximaal € 73.000 per woning voor ZEP en € 95.000 voor ZEP+. Ook daarbij blijft het onderhoudsdeel begrensd op maximaal € 25.000 per woning en maximaal de helft van de lening.
Welke werkzaamheden vallen onder onderhoud?
Het gaat om werkzaamheden aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Het persbericht noemt onder meer dakbedekking, balkons, trappenhuizen, betonherstel en schilderwerk. Dat maakt de uitbreiding bruikbaar voor VvE’s waar verschillende werkzaamheden tegelijk nodig zijn.
Daarbij verdient de indeling van de kosten aandacht. Volgens het Warmtefonds mogen werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de gefinancierde verduurzamingsmaatregelen als verduurzaming worden opgevoerd. Die tellen dan niet mee voor het onderhoudsmaximum. Laat daarom vooraf vaststellen welke kosten onder welk onderdeel vallen. De toelichting van het Warmtefonds op onderhoudsfinanciering gaat hier verder op in.
Ook tijdens de uitvoering telt de verhouding
De verhouding tussen onderhoud en verduurzaming moet tijdens de uitvoering worden gevolgd. Het Warmtefonds controleert de besteding aan de hand van declaraties uit het bouwdepot. Blijkt bij het sluiten daarvan dat meer dan 50% aan onderhoud is uitgegeven, dan volgt vanaf dat moment een renteopslag over het hele leenbedrag.
Dat kan ook gebeuren als energiebesparende maatregelen goedkoper uitvallen of vervallen. Laat wijzigingen in het werk daarom vooraf doorrekenen en bespreek de gevolgen met het fonds. Deze controle en renteopslag staan vermeld in de voorwaarden voor onderhoudsfinanciering.
Onderhoudsplanning en maandlasten samen bekijken
Voor de voorbereiding ligt het voor de hand om de werkzaamheden naast het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) te leggen. Welke onderdelen moeten binnenkort worden aangepakt? Welke energiebesparende maatregelen passen daarbij? En welke werkzaamheden kunnen tegelijk worden uitgevoerd, zodat bijvoorbeeld een steiger maar één keer nodig is?
Neem in het financieringsvoorstel ook de gevolgen voor de VvE-bijdrage op. Maak rente, aflossing en reserveringen voor later onderhoud afzonderlijk zichtbaar. Zet de verwachte energiebesparing daar apart naast, met de aannames waarop die berekening berust. Zo kunnen eigenaars beoordelen wat het plan betekent voor hun maandlasten.
De nieuwe mogelijkheid geeft aanleiding om bestaande onderhouds- en verduurzamingsplannen opnieuw door te rekenen. Laat het bestuur of de beheerder daarvoor de offertes, beschikbare reserves en financieringsbehoefte samenbrengen. Bespreek vervolgens met het Warmtefonds welke kosten kunnen worden meegenomen en bereid de besluitvorming voor. In ons artikel over geld lenen als VvE staan de aandachtspunten daarvoor.
Reacties
0 reacties