Antwoorden op Kamervragen over VvE’s: erkenning van probleem, maar oplossingen blijven beperkt

27-03-2026 Leestijd: 6 minuten Deel dit artikel

De antwoorden op de eerder uitgestelde Kamervragen over onderhoud en verduurzaming bij VvE’s zijn inmiddels gepubliceerd. Daarmee komt er meer duidelijkheid over hoe het kabinet kijkt naar de financiële problemen binnen VvE’s, maar ook over de richting van mogelijke oplossingen.

In eerdere artikelen op Nederlandvve.nl schreven we al over de aanleiding van deze vragen, onder andere naar aanleiding van berichtgeving van Radar en signalen van Vereniging Eigen Huis (VEH). De kern van die discussie was helder: veel VvE’s hebben onvoldoende reserves, terwijl de opgave voor onderhoud en verduurzaming juist toeneemt.

Met de beantwoording van minister Boekholt-O’Sullivan ontstaat nu een completer beeld. Maar lost dit ook echt iets op voor VvE’s in de praktijk?

Erkenning van het probleem, maar weinig harde cijfers

Opvallend is dat de minister de signalen van VEH niet zomaar overneemt. Ze geeft aan dat de cijfers gebaseerd zijn op een niet-representatieve steekproef en daardoor niet één op één te vertalen zijn naar alle VvE’s in Nederland.

“Ik heb hierover geen precieze cijfers. De cijfers van VEH zijn afkomstig van een niet willekeurige steekproef, waardoor de cijfers niet geplakt kunnen worden op alle VvE’s in Nederland.”

Tegelijkertijd erkent ze wel degelijk het onderliggende probleem. Uit de evaluatie van de Wet verbetering functioneren VvE’s (Kamerstuk 30 196, nr. 833) uit 2025 bleek al dat een deel van de VvE’s onvoldoende reserveert en dat een substantieel deel van de onderhoudsplannen niet voldoet aan de huidige eisen.

Daarmee ontstaat een herkenbaar beeld: het probleem wordt gezien, maar blijft lastig exact te kwantificeren. Voor VvE’s verandert dat in de praktijk weinig. Wanneer het reservefonds te laag is of het MJOP niet actueel is, wordt dat direct zichtbaar zodra groot onderhoud nodig is.

Onderhoud en verduurzaming blijven onlosmakelijk verbonden

Een belangrijk punt uit de antwoorden is de bevestiging dat verduurzaming vaak simpelweg niet haalbaar is zonder eerst het onderhoud op orde te hebben.

Dat klinkt logisch, maar het is wel een belangrijke erkenning. In de praktijk zien we namelijk dat beleid en subsidies vaak vooral gericht zijn op verduurzaming, terwijl veel VvE’s nog worstelen met basale onderhoudsopgaven.

De minister benadrukt dat het juist slim is om onderhoud en verduurzaming te combineren. Denk aan het moment waarop steigers toch al staan of werkzaamheden gepland zijn. Dat kan kosten besparen en processen versnellen.

Maar daar zit ook direct de uitdaging: VvE’s moeten wel in staat zijn om dat onderhoud überhaupt te organiseren en te financieren.

Lenen wordt nadrukkelijk als oplossing gepositioneerd

Waar de minister duidelijk in is, is de rol van financiering. Goede leenmogelijkheden worden gezien als essentieel, soms zelfs als noodzaak.

Op dit moment noemt ze drie belangrijke routes:

  • Nationaal Warmtefonds
  • Toekomstbestendig Onderhoudsfonds VvE’s
  • Gemeentelijke regelingen via SVn

Opvallend is dat lenen zelfs als aantrekkelijker wordt neergezet dan sparen. Niet omdat het goedkoper is, maar omdat het zekerheid biedt. Hierdoor kan een VvE sneller starten, terwijl de kosten over een langere periode worden gespreid.

Dat is een duidelijke beleidsrichting. Tegelijkertijd roept het ook vragen op, zeker voor kleinere VvE’s of VvE’s met beperkte draagkracht.

Grote beperkingen blijven bestaan

Wanneer de antwoorden nader worden bekeken, blijkt dat veel van de genoemde oplossingen nog beperkingen hebben.

Zo is het Nationaal Warmtefonds vooral gericht op verduurzaming en kan onderhoud slechts beperkt worden meegenomen. Daar komt mogelijk verandering in: het ministerie heeft verkend hoe onderhoud gefinancierd kan worden en verwacht dat het Warmtefonds dit najaar ook onderhoud bij VvE’s kan financieren.

Het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds is alleen toegankelijk voor VvE’s vanaf acht appartementen. Terwijl juist kleinere VvE’s vaak het meest kwetsbaar zijn.

En dan is er nog de rente. Die ligt in sommige gevallen rond de 6%, wat voor veel VvE’s een serieuze drempel vormt.

De minister erkent deze punten deels, maar concrete oplossingen blijven vooralsnog uit. Veel wordt doorgeschoven naar verkenningen, pilots of toekomstige besluitvorming.

Betaalbaarheid blijft een zorgpunt

Een ander belangrijk thema is de betaalbaarheid van de VvE-bijdrage.

Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de appartementseigenaren zich zorgen maakt over stijgende lasten. De minister herkent die zorg en wijst op de zogenaamde VvE-ledenlening als vangnet.

Maar ook hier zitten duidelijke beperkingen aan. De regeling is alleen beschikbaar in combinatie met een lening via het Warmtefonds en geldt bovendien alleen voor specifieke inkomensgroepen.

Dat betekent dat een groot deel van de appartementseigenaren hier geen gebruik van kan maken.

De focus ligt daarom vooral op voorspelbaarheid. Een goed en actueel MJOP moet ervoor zorgen dat kosten beter te plannen zijn. Juist daar zit echter een bekend probleem: in de praktijk zijn veel MJOP’s niet actueel of sluiten ze onvoldoende aan op de werkelijke staat van het gebouw. Daarbij geeft de minister zelfs aan dat ze overweegt om dit wettelijk verder aan te scherpen.

Geen landelijk onderhoudsfonds, wel verdere verkenning

Een van de meest concrete vragen vanuit de Kamer was of er een landelijk, toegankelijk onderhoudsfonds moet komen voor VvE’s.

Het antwoord daarop is voorzichtig. De minister sluit het niet uit, maar koppelt het aan lopende verkenningen en politieke keuzes. Met andere woorden: het is nog geen beleid.

Wel geeft ze aan dat aanvullende middelen nodig zijn als bestaande regelingen worden uitgebreid of aantrekkelijker gemaakt.

Dat maakt duidelijk dat de discussie nog lang niet afgerond is. Zeker richting 2027, wanneer huidige subsidies en rentevoordelen mogelijk aflopen, zal dit onderwerp opnieuw op tafel komen.

Wat betekent dit concreet voor VvE’s?

Wanneer alles op een rij wordt gezet, ontstaat een gemengd beeld.

Aan de ene kant is er duidelijke erkenning van de problemen. Achterstallig onderhoud, onvoldoende reserves en de complexiteit van verduurzaming worden niet ontkend.

Aan de andere kant blijven veel oplossingen afhankelijk van bestaande instrumenten die niet voor iedere VvE toegankelijk of passend zijn.

De boodschap lijkt dan ook vooral dit: er is ondersteuning, maar de verantwoordelijkheid ligt nog steeds grotendeels bij de VvE zelf.

Dat betekent dat een goed MJOP, inzicht in de financiële positie en tijdig nadenken over financiering belangrijker worden dan ooit voor VvE’s.

De lijn van eerdere berichtgeving wordt bevestigd

Wat opvalt, is dat de antwoorden van de minister goed aansluiten bij de discussie die al langer speelt en waar wij eerder over schreven.

De problematiek is complex, speelt op meerdere niveaus en kent geen snelle oplossing. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat zonder ingrijpen een deel van de VvE’s verder achterop raakt.

De komende periode zal moeten blijken of de aangekondigde verkenningen en mogelijke aanpassingen daadwerkelijk leiden tot betere ondersteuning voor VvE’s. Tot die tijd blijft het voor veel VvE’s vooral zelf organiseren, afwegen en keuzes maken.

Wil je de volledige beantwoording zelf lezen? Bekijk dan de publicatie via de Rijksoverheid

Reacties

0 reacties
Schrijf de eerste reactie