Verduurzaming stokt juist bij VvE’s met de grootste opgave

10-04-2026 Leestijd: 5 minuten Deel dit artikel

In veel VvE’s loopt verduurzaming vast op geld, draagvlak en besluitvorming. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Rabobank onder 826 appartementseigenaren. Juist oudere complexen met een slecht energielabel, lage reserves en bewoners met minder financiële ruimte komen moeilijk in beweging. In dit artikel zetten we de belangrijkste bevindingen en conclusies op een rij en kijken we wat dit betekent voor de toekomst van VvE’s. Die vraag is extra actueel nu de Rabobank opnieuw 100 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld aan het Nationaal Warmtefonds, waarvan ook VvE’s gebruik kunnen maken.

Juist waar de nood het hoogst is, gebeurt het minst

De hoofdboodschap uit het Rabobank-rapport is duidelijk. In ongeveer de helft van de VvE-complexen is nog niet verduurzaamd. Slechts 28 procent van de appartementseigenaren geeft aan dat hun complex al is verduurzaamd. Dat probleem speelt vooral bij oudere appartementen en bij complexen met energielabel E, F of G. Rabobank noemt dat zelf een “patstelling”.

Die patstelling ontstaat doordat meerdere problemen tegelijk spelen. Oude complexen hebben vaker te weinig geld in kas, terwijl bewoners juist daar vaker moeite hebben met rondkomen en de energierekening. Daardoor is het lastiger om de VvE-bijdrage te verhogen, terwijl verduurzaming juist kan helpen om de maandlasten op termijn te verlagen.

Geldgebrek blijft het grootste struikelblok

Verduurzaming wordt binnen VvE’s meestal betaald uit eigen middelen. Ongeveer de helft van de VvE’s gebruikt daarvoor het reservefonds. Een lening speelt nog maar een beperkte rol: slechts 9 procent van de appartementseigenaren noemt een gezamenlijke lening als financieringsvorm. Tegelijk heeft ongeveer de helft van de VvE’s beperkte middelen of zit zelfs krap bij kas. Vooral rood gelabelde complexen staan er financieel zwakker voor.

Dat is een belangrijk signaal voor bestuurders. Een laag reservefonds is niet alleen een onderhoudsprobleem, maar ook een verduurzamingsprobleem. Wie nu te weinig reserveert, maakt het later moeilijker om groot onderhoud en energiemaatregelen te combineren. Dat speelt vooral bij kleinere en oudere VvE’s.

Ook de bewoners hebben niet allemaal ruimte om mee te betalen

Het rapport maakt ook duidelijk waarom een simpele verhoging van de VvE-bijdrage lang niet altijd werkt.

Volgens Rabobank kan 18 procent van de appartementseigenaren niet of nauwelijks rondkomen. Bij huishoudens met een beneden modaal inkomen loopt dat op tot ongeveer een derde. Bewoners die financieel krap zitten, hebben ook vaker moeite met hun energierekening.

Daar zit voor veel VvE’s het echte dilemma. Verduurzaming vraagt een investering vooraf, terwijl juist in complexen met de grootste opgave die ruimte het kleinst is. Wie alleen inzet op een hogere bijdrage, mist dus een belangrijk deel van de praktijk. In veel VvE’s gaat het niet alleen om bereidheid, maar vooral om draagkracht.

Toch is er meer bereidheid dan vaak wordt gedacht

Het beeld is niet alleen negatief. Bijna twee derde van de appartementseigenaren zegt bereid te zijn om extra VvE-bijdrage te betalen voor verduurzaming, meestal tot ongeveer 50 euro per maand. Iets meer dan een derde verwacht dat het in de toekomst wel gaat lukken om het complex verder te verduurzamen.

Dat optimisme komt volgens Rabobank vooral voort uit draagvlak binnen de VvE en uit concrete plannen, minder uit een sterke financiële basis.

Dat is een belangrijke les. Geld blijft een harde randvoorwaarde, maar het rapport laat zien dat planvorming, duidelijke keuzes en eensgezindheid binnen de VvE minstens zo bepalend zijn. Een VvE die weet wat zij wil, komt verder dan een VvE die alleen constateert dat verduurzaming duur is.

Wat betekent dit voor de toekomst van VvE’s?

Voor de komende jaren is de uitkomst dubbel.

Aan de ene kant bevestigt dit onderzoek dat grootschalige verduurzaming van VvE’s nog steeds achterblijft. Ook het Rijk erkent dat. In maart werd gemeld dat weliswaar meer subsidieaanvragen binnenkomen en dat inmiddels tienduizenden VvE-woningen zijn verduurzaamd met steun via de SVVE, maar dat het tempo nog onvoldoende is.

Aan de andere kant is er wel meer ondersteuning beschikbaar dan een paar jaar geleden. De SVVE-subsidie blijft in 2026 beschikbaar voor onderzoek, advies en maatregelen. Daarnaast kunnen VvE’s gebruikmaken van de VvE Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds. Voor individuele leden die een hogere bijdrage moeilijk kunnen betalen, bestaat bovendien de VvE Ledenlening.

Het nieuws dat de Rabobank opnieuw 100 miljoen euro in het Warmtefonds steekt, is daarom relevant, maar lost het kernprobleem niet vanzelf op. Extra financiering helpt alleen VvE’s die ook organisatorisch klaar zijn om stappen te zetten: met een plan, voldoende draagvlak, een besluit in de ALV en zicht op de betaalbaarheid voor leden.

Waar bestuurders nu vooral naar moeten kijken

Voor VvE-besturen ligt hier een duidelijke opdracht. Wachten tot alles financieel ideaal is, is meestal geen realistische strategie. Zeker bij oudere complexen kan uitstel betekenen dat onderhoud, comfortproblemen en energiekosten verder oplopen.

Het is verstandiger om eerst scherp te krijgen:

  • wat de technische opgave is
  • welke maatregelen te combineren zijn met onderhoud
  • hoeveel reserve er daadwerkelijk is
  • welke financieringsmix haalbaar is

Voor leden is de les minstens zo concreet. Kijk niet alleen naar de hoogte van de extra bijdrage, maar ook naar het alternatief. Niets doen is meestal ook niet gratis. Wie onderhoud uitstelt en verduurzaming voor zich uitschuift, houdt vaak hogere energielasten en een grotere rekening voor later. Dat is precies de patstelling die Rabobank beschrijft.

Dit is de belangrijkste les voor VvE’s

Het Rabobank-rapport laat zien dat verduurzaming bij VvE’s niet vooral vastloopt op onwil, maar op een combinatie van te weinig reserves, beperkte draagkracht en ingewikkelde besluitvorming. Tegelijk is er wel degelijk beweging mogelijk. De bereidheid om extra bij te dragen is groter dan vaak wordt gedacht en er zijn meer subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar dan voorheen.

De VvE’s die het verschil gaan maken, zijn de VvE’s die financiering, planning en draagvlak tegelijk op orde krijgen.

Reacties

0 reacties
Schrijf de eerste reactie