EPBD IV

EPBD IV geeft gemeenten meer houvast voor verduurzaming. Maar komen VvE’s daardoor ook sneller in beweging?

15-06-2026 Leestijd: 4 minuten Deel dit artikel

De nieuwe Europese regels voor energiezuinige gebouwen (EPBD IV) geven meer duidelijkheid over waar woningen en appartementencomplexen uiteindelijk naartoe moeten. Voor VvE’s betekent dat vooral dat de overheid steeds concreter wordt over het einddoel: een energiezuinig en emissievrij gebouw in 2050.

De vraag is niet of dat einddoel duidelijker wordt. De vraag is of VvE’s daardoor ook sneller gaan verduurzamen.

Meer richting voor gemeenten en gebouweigenaren

Sinds 29 mei 2026 geldt de eerste tranche van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV). Een groot deel van de wijzigingen gaat over energielabels, energieprestatieberekeningen, laadvoorzieningen, zonne-energie en technische systemen in gebouwen.

Voor veel VvE‘s verandert er daardoor vandaag nog weinig. De meeste maatregelen uit de eerste tranche leiden niet direct tot nieuwe verplichtingen voor bestaande appartementengebouwen.

Toch is de Kamerbrief van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan die onlangs verscheen interessant. Daarin wordt duidelijk dat de overheid de komende jaren steeds concreter wil vastleggen wat een toekomstbestendig gebouw is en welke stappen daarvoor nodig zijn. Daarbij wordt expliciet verwezen naar de rol van gemeenten en andere overheden die werken aan wijkgerichte verduurzaming.

Wat is een toekomstbestendig appartementencomplex?

Veel VvE’s lopen al jaren tegen dezelfde vraag aan. Hoe ver moet een gebouw eigenlijk worden verduurzaamd? Is spouwmuurisolatie voldoende? Moet het hele gebouw uiteindelijk van het aardgas af? Zijn zonnepanelen genoeg of komen warmtepompen en warmtenetten ook in beeld?

De overheid werkt daarom aan zogenoemde ZEB-richtwaarden voor bestaande gebouwen. ZEB staat voor Zero Emission Building. Deze richtwaarden moeten duidelijk maken wanneer een gebouw qua isolatie, installaties en energievoorziening klaar is voor de toekomst. De bedoeling is niet dat iedere bestaande woning direct aan nieuwe verplichtingen moet voldoen, maar wel dat duidelijker wordt waar eigenaren uiteindelijk naartoe werken.

Voor VvE-besturen kan dat helpen bij het maken van keuzes. Een MJOP, onderhoudsproject of renovatie wordt eenvoudiger te beoordelen als er een duidelijker beeld bestaat van het gewenste eindniveau.

Gemeenten krijgen een sterkere rol

De gevolgen van deze ontwikkeling zullen waarschijnlijk niet alleen zichtbaar zijn binnen VvE’s zelf.

Gemeenten staan voor een grote opgave. Zij moeten wijkuitvoeringsplannen maken, bewoners informeren en de energietransitie in bestaande wijken ondersteunen. Appartementengebouwen vormen daarbij een belangrijke uitdaging. Anders dan bij grondgebonden woningen moeten verduurzamingsmaatregelen binnen een VvE gezamenlijk worden besloten en gefinancierd.

Hoe duidelijker de landelijke kaders worden, hoe eenvoudiger gemeenten kunnen aangeven welke route voor een gebouw logisch is. Dat kan ertoe leiden dat gemeenten VvE’s actiever gaan benaderen voor energieadvies, subsidieprogramma’s, procesbegeleiding en wijkgerichte verduurzamingsprojecten.

Meer duidelijkheid lost niet het grootste probleem op

Daar zit tegelijk de beperking van deze nieuwe koers. De meeste VvE’s lopen namelijk niet vast omdat zij niet weten dat verduurzaming nodig is. Veel verenigingen weten dat al jaren.

De grootste obstakels zijn meestal financieel en organisatorisch. Is er voldoende draagvlak? Kan de VvE een lening aangaan? Zijn appartementseigenaren bereid hogere maandelijkse bijdragen te betalen? Hoe worden de kosten verdeeld? En wat gebeurt er als een deel van de eigenaars niet wil meedoen?

Op die vragen geeft de EPBD IV geen antwoord. Ook de Kamerbrief laat zien dat de verduurzamingsopgave richting 2050 nog aanzienlijk is. Volgens de minister verloopt het nemen van isolatiemaatregelen redelijk op schema, maar blijft de vervanging van fossiele installaties achter.

De echte uitdaging ligt nog steeds binnen de VvE

De EPBD IV maakt duidelijker waar gebouwen uiteindelijk moeten uitkomen. Dat is waardevol voor gemeenten, adviseurs, beheerders en VvE-besturen die werken aan een langetermijnstrategie.

Maar een duidelijk einddoel zorgt niet automatisch voor draagvlak in de ALV, een gevuld reservefonds of een haalbaar financieringsplan.

Voor veel VvE’s zal de komende jaren daarom niet de vraag centraal staan óf verduurzaming nodig is. De belangrijkste vraag wordt hoe een VvE de stap naar een toekomstbestendig gebouw financieel, organisatorisch en bestuurlijk kan realiseren.

Reacties

0 reacties
Schrijf de eerste reactie