Zwakke VvE's

Verduurzaming en onderhoud kunnen VvE-eigenaren financieel klemzetten: welke hulp is mogelijk?

Leestijd: 9 minuten Deel dit artikel

Onderhoud en verduurzaming kunnen VvE-eigenaren voor maandlasten stellen die zij niet kunnen dragen. Nieuw onderzoek van SEO Economisch Onderzoek en IPW-Klimaatwerk brengt ongeveer 140.000 huishoudens in beeld met een lager inkomen en een woning met een verduurzamingsopgave. Bestaande ondersteuning biedt niet voor iedereen voldoende uitkomst. Wat kunnen VvE’s, beheerders en gemeenten doen om te voorkomen dat eigenaren financieel vastlopen?

Voor een eigenaar met weinig financiële ruimte kan een gezamenlijk renovatieplan grote gevolgen hebben. Het gebouw heeft onderhoud nodig, maar een hogere VvE-bijdrage moet wel in het huishoudbudget passen. IPW brengt met het onderzoek de spanning tussen verduurzaming en woonzekerheid onder de aandacht.

Naast de landelijke cijfers beschrijven de onderzoekers in een bouwblokkenrapport hoe gemeenten eigenaren kunnen ondersteunen. Dat biedt aanknopingspunten voor de praktijk, maar laat ook zien voor welke situaties nog oplossingen ontbreken.

Wat zeggen de cijfers precies?

De data-analyse gebruikt CBS-microdata uit 2024. Van de circa 660.000 huishoudens die als eigenaar-bewoner in een VvE wonen, combineren ongeveer 140.000 een inkomen onder de sociale huurgrens met een woning in energielabelklasse C tot en met G. Het gaat dus om een risicogroep, niet om 140.000 huishoudens bij wie betalingsproblemen na renovatie daadwerkelijk zijn vastgesteld.

Binnen die groep hebben ongeveer 46.000 huishoudens een inkomen onder 150 procent van het sociaal minimum. IPW waarschuwt op basis van afzonderlijke draagkrachtberekeningen dat bij omvangrijke renovaties en verduurzaming ernstige tekorten kunnen ontstaan. In de toelichting noemt IPW een scenario van 50.000 euro per woning. Dat bedrag is een rekenscenario, geen vastgestelde gemiddelde investering voor alle VvE’s.

Ook de energielabels vragen om enige voorzichtigheid. Voor ongeveer 40 procent van de huishoudens in de basistabel is de labelklasse geschat aan de hand van het bouwjaar. De analyse geeft daarmee bruikbaar inzicht in de omvang en kenmerken van de doelgroep, maar vertelt niet hoeveel een specifiek gebouw moet investeren of wat een individuele eigenaar kan betalen.

Onderhoud en verduurzaming lopen door elkaar

Het bouwblokkenrapport plaatst een belangrijke kanttekening bij de oorzaak van stijgende bijdragen. Volgens IPW komen grote verhogingen vaak voor een belangrijk deel voort uit achterstallig onderhoud en te lage reserves. Een verduurzamingsplan maakt die opgave zichtbaar doordat het aanleiding geeft om het hele gebouw door te rekenen.

Voor een VvE is dat onderscheid nodig om een eerlijk gesprek te voeren. Welke werkzaamheden zijn noodzakelijk om het gebouw in stand te houden? Welke extra maatregelen verbeteren de energieprestaties? En welk deel van de kosten kan worden opgevangen met het reservefonds, subsidies en verwachte energiebesparing?

Alle kosten aan verduurzaming toeschrijven geeft een onvolledig beeld. Omgekeerd verdwijnt een betaalbaarheidsprobleem niet door vast te stellen dat onderhoud toch al nodig was. De eigenaar moet de hogere bijdrage iedere maand kunnen betalen.

Welke ondersteuning kan eigenaren helpen?

De hulp die nodig is, verschilt per huishouden. IPW beschrijft hoe gemeenten bestaande voorzieningen en persoonlijke begeleiding kunnen verbinden in een VvE-vangnet. De tien bouwblokken behandelen onder meer het bereiken van eigenaren, samenwerking tussen gemeentelijke afdelingen, financiering en gerichte ondersteuning.

Aanvullende subsidies voor lage inkomens vormen volgens IPW vaak het startpunt. Ook na zo’n bijdrage kan echter een tekort overblijven. Dan is persoonlijke ondersteuning nodig.

Voor de eigenaar begint die ondersteuning met overzicht. Wat komt er binnen, wat gaat eruit en wat verandert er door de nieuwe VvE-bijdrage? Daarbij kijken de onderzoekers ook vooruit, bijvoorbeeld naar pensionering, een verandering van werk of het wegvallen van toeslagen. Soms blijkt dat iemand meer mogelijkheden heeft dan gedacht, of nog geen gebruik maakt van beschikbare ondersteuning.

Als overzicht onvoldoende helpt, volgt een andere route. Een financieel adviseur kan beoordelen of bijvoorbeeld aanpassing van een hypotheek passend is. Bij een blijvend tekort kan de gemeente onderzoeken of aanvullende ondersteuning of maatwerk mogelijk is. Dat is geen automatisch recht op een vergoeding: de mogelijkheden hangen af van de omstandigheden en de toepasselijke regelingen.

IPW benadrukt bovendien dat doorverwijzen niet het eindpunt is. Iemand kan na een adviesgesprek nog steeds niet weten hoe een aanvraag moet worden gedaan. Het vangnet vraagt daarom om een aanspreekpunt dat volgt of de ondersteuning daadwerkelijk tot een oplossing leidt.

Een lening voor het gebouw is nog geen betaalbare maandlast

Het onderzoek onderstreept een verschil dat bij VvE-verduurzaming gemakkelijk onderbelicht blijft. Een financieringsplan gaat over de gezamenlijke investering. De betaalbaarheid ervan verschilt per huishouden, ook wanneer alle eigenaren volgens dezelfde kostenverdeling bijdragen.

Er bestaat al ondersteuning. De VvE Ledenlening van het Nationaal Warmtefonds helpt onder voorwaarden bij de hogere bijdrage. De eigenaar betaalt geen rente en lost in beginsel af bij verkoop. De maandelijkse uitbetaling loopt tien jaar en wordt ieder jaar lager. De regeling is gekoppeld aan een VvE Energiebespaarlening en geldt voor VvE’s met minimaal acht appartementen.

Daarmee kan de ledenlening verlichting geven, maar een structureel tekort blijft aandacht vragen. Als de ondersteuning afneemt terwijl de VvE-bijdrage hoog blijft, moet duidelijk zijn hoe het huishouden dat verschil later opvangt. IPW ziet juist daar een belangrijke beperking van de bestaande ondersteuning.

Dat onderscheid blijft relevant nu VvE’s ook bij het Warmtefonds onderhoud en verduurzaming samen kunnen financieren. Een ruimere financieringsmogelijkheid kan een project uitvoerbaar maken, maar vraagt nog steeds om een realistische beoordeling van de gevolgen voor eigenaren.

Overwaarde helpt niet vanzelf aan het einde van de maand

De data-analyse laat zien dat veel eigenaren met weinig vrij beschikbaar vermogen wel overwaarde hebben. Dat biedt mogelijk ruimte voor een oplossing, maar overwaarde is geen besteedbaar inkomen. Zij zit vast in de woning.

IPW stelt daarom voor om een laagdrempelige overwaardelening verder uit te werken, waarbij de bewoner tijdens de looptijd geen extra maandlasten krijgt. Afrekening zou later plaatsvinden, bijvoorbeeld bij verkoop. Het rapport beschrijft een ontwerp dat nog wordt verkend, geen landelijk beschikbare nieuwe regeling.

Daarbij blijven wezenlijke vragen open. Wie financiert de ondersteuning, wie draagt het risico en wat gebeurt er als de beschikbare overwaarde opraakt? Ook voor de eigenaar heeft deze route gevolgen: ondersteuning die later wordt terugbetaald, vermindert de opbrengst die bij verkoop overblijft.

Wie krijgt hulp, en wie betaalt die?

Een gemeentelijk vangnet vraagt ook om keuzes over rechtvaardigheid. Hoeveel eigen vermogen moet iemand eerst inzetten? Hoe behandel je huishoudens die net boven een inkomensgrens zitten? En hoe verhoudt steun voor eigenaren met woningvermogen zich tot ondersteuning voor andere inwoners met weinig geld?

Het rapport neemt die afwegingen serieus. Dat maakt de aanpak bruikbaar, maar betekent ook dat gemeenten zelf beleid, budget en uitvoering moeten organiseren. Naar onze beoordeling ontstaat daardoor een risico op verschillen tussen gemeenten: vergelijkbare eigenaren kunnen afhankelijk van hun woonplaats andere ondersteuning krijgen.

Ook de bestemming van subsidies verdient aandacht. Een subsidie voor het hele gebouw verlaagt de gezamenlijke investering. Gerichte ondersteuning van een kwetsbare eigenaar kan een ander effect hebben op diens maandlasten. Het bouwblokkenrapport bespreekt verschillende routes en benoemt juridische risico’s. Gemeenten kunnen die vormen dus niet zonder verdere uitwerking onderling uitwisselen.

Wat besturen en beheerders ermee kunnen

Voor besturen en beheerders ligt de praktische les vooral in het moment waarop betaalbaarheid wordt besproken. Wacht daarmee niet tot het volledige plan voorligt in de vergadering van eigenaars. Maak tijdens de voorbereiding inzichtelijk wat verschillende opties betekenen voor de VvE-bijdrage en bied eigenaren gelegenheid om financiële zorgen vertrouwelijk te bespreken.

Dat vraagt niet om een onderzoek door het bestuur naar alle persoonlijke financiën. Wel om een duidelijke route naar iemand die kan helpen, bijvoorbeeld via de gemeente. Spreek vooraf af wie zulke vragen oppakt en hoe wordt gevolgd of de eigenaar verder komt.

Reken daarnaast met verschillen tussen woningen en huishoudens. Een verwachte gemiddelde energiebesparing is geen garantie dat iedere eigenaar voldoende bespaart om een hogere bijdrage op te vangen. Wie vanwege geldgebrek al weinig verwarmt, kan een deel van de verbetering ervaren als meer wooncomfort in plaats van een even grote daling van de energierekening.

Eigenaren die twijfelen aan de betaalbaarheid kunnen zelf vroeg om een uitsplitsing van de nieuwe bijdrage vragen en hun situatie vertrouwelijk laten bekijken. Dat levert een concreter gesprek op dan alleen de vraag of iemand voor of tegen verduurzaming is.

Gemeenten hebben meer nodig dan een extra loket

Voor gemeenten ligt de meerwaarde in het verbinden van de verduurzamingsaanpak met ondersteuning rond inkomen, schulden en wonen. IPW beschrijft daarvoor een werkwijze waarin eerst wordt bepaald welke hulp nodig is en vervolgens de juiste deskundigheid wordt betrokken.

De uitvoeringscapaciteit hoort daarbij. Huishoudens bereiken, gesprekken voeren, aanvragen begeleiden en ingewikkelde situaties bespreken kost tijd. Alleen een subsidieregeling openstellen biedt geen zekerheid dat de mensen met de grootste zorgen ook worden geholpen.

De landelijke cijfers kunnen gemeenten helpen om prioriteiten te stellen. Voor de uitvoering blijven vervolgens gesprekken en beoordeling per huishouden nodig. Een inkomen of energielabel is een aanwijzing voor mogelijke kwetsbaarheid, geen volledig beeld van iemands situatie.

Voor de kwetsbaarste eigenaren blijven oplossingen nodig

Het bouwblokkenrapport is gebaseerd op actieonderzoek van medio 2024 tot medio 2026, samen met vijf gemeenten. In Amsterdam, Groningen en Utrecht zijn concrete huishoudens begeleid. Dat levert praktijkkennis op, maar de publicaties vormen geen onafhankelijk effectonderzoek dat bewijst hoeveel betalingsproblemen het vangnet op lange termijn voorkomt.

IPW benoemt zelf dat meer nodig is. Naast de overwaardelening vraagt het rapport aandacht voor gebouwen waar technische gebreken, financiële problemen en bestuurlijke onmacht samenkomen. Individuele ondersteuning alleen kan zo’n collectieve opgave niet oplossen.

De belangrijkste les voor de VvE-praktijk is naar onze beoordeling dat de financiële situatie van eigenaren vroeg in het traject aandacht nodig heeft. De bouwblokken bieden houvast om die ondersteuning te organiseren. Of daarmee ook de kwetsbaarste huishoudens blijvend worden geholpen, hangt af van de beschikbare middelen, de uitvoering en verdere oplossingen voor structurele tekorten. VvE’s en gemeenten kunnen intussen al beginnen met een concrete afspraak: wie helpt een eigenaar die de voorgestelde bijdrage niet kan dragen, en op welk moment gebeurt dat?

De data-analyse en het bouwblokkenrapport zijn opgenomen in ons overzicht van VvE-onderzoeken en cijfers. Op de projectpagina van IPW staan beide rapporten en de bijbehorende samenvatting.

Reacties

0 reacties
Schrijf de eerste reactie